Femke (18) kreeg hulp van Siriz na een abortus

Femke: ‘Ik was net 18 geworden. Ik volgde een mbo-opleiding en zat in mijn tweede jaar. Ik woonde nog bij mijn ouders. Ik was in die tijd veel op straat met mijn vrienden. Daar ontmoette ik ook mijn vriend. We hadden een aantal keer seks, altijd met condoom.

 

Op de terugweg van mijn vakantie moest ik in het vliegtuig heel veel spugen; dat had ik normaal nooit. Dat spugen bleef de hele week aanhouden. Ik ging naar de dokter. Ze vroeg me of ik niet zwanger kon zijn. Dat kon volgens mij echt niet, want we hadden altijd een condoom gebruikt.

 

Ongeloof
Thuis deed ik voor de zekerheid toch twee testen. Die waren positief. Ik geloofde het niet. Toen heb ik mijn beste vriendin gefacetimed. Bij mij kwam het nieuws niet gelijk binnen; bij haar wel. Zij begon gelijk te huilen. Na een derde (dure) test wist ik het echt zeker.

Ik vroeg mijn vriend om langs te komen, maar daar deed hij héél moeilijk over dus toen heb ik via de telefoon verteld dat ik zwanger was. Hij reageerde er eigenlijk bijna niet op. Het deed hem niet zo veel volgens mij. Ik ben er later ook achter gekomen dat ik zwanger ben geworden, omdat hij stiekem zijn condoom had afgedaan.

 

Vertellen
Toen moest ik het aan mijn moeder vertellen. Dat vond ik heel moeilijk en spannend. Ik vroeg haar of we even konden praten. Ze zag dat het niet goed ging. Ik had nog niets gezegd of ze vroeg me: ‘Ben je zwanger?’ Mijn moeder reageerde heel fijn. Ze zei: ‘Het maakt niet uit wat je gaat doen; we kunnen het oplossen. Je kunt het laten weghalen, maar als je het houdt komt het ook goed.‘

Ik maakte een afspraak bij de huisarts om te vragen wat mijn opties waren. Ze vertelde mij dat je een kind niet kon laten adopteren in Nederland (red: onjuiste informatie) en verwees me naar twee abortusklinieken.

 

Echo en gesprek bij de abortuskliniek
Ik ging met mijn moeder naar de kliniek. Mijn vriend ging niet mee, want die had zich van de hele situatie gedistantieerd. Ik mocht in principe ook gelijk blijven voor de behandeling. Eerst kreeg ik een echo; dat vond ik een hele nare ervaring. Het was in een donkere kamer, de medewerker zei niets en liet me de echo ook niet zien. Ik vroeg hem of ik de echo mocht zien en of ik een foto mee mocht nemen naar huis. Dat mocht uiteindelijk.

 

Vervolgens had ik een gesprek met de arts. Ik vroeg haar of het kindje schade kon hebben opgelopen doordat ik in het begin van de zwangerschap gerookt en gedronken had. Dat wilde ik namelijk niet. Deze informatie zou mij helpen bij mijn beslissing.
De arts vertelde dat dat zo vroeg in de zwangerschap eigenlijk niet het geval kon zijn. Na het gesprek ging ik terug naar mijn moeder en vertelde haar dat ik nog geen abortus wilde, omdat ik het nog niet zeker wist. Ze gaf me het advies om er nog 1 of 2 weken over na te denken. Dat heb ik ook gedaan.

 

Keuzeproces
Toen heb ik veel met mijn vriend gepraat. Ik wist al dat we uit elkaar zouden gaan. Hij was een akelige en onbetrouwbare man. Hij was naar tegen mij, stal mijn spullen, gebruikte veel drugs en zat regelmatig vast. Hij dreigde met wat hij zou gaan doen met het kindje als ik het zou houden.

 

Het was voor mij wel een optie om het kindje te houden. Ik houd heel erg van kinderen en ik kon bij mijn ouders blijven wonen. Natuurlijk zou ik er dan wel zelf voor moeten zorgen, maar het was wel een veilige situatie.

 

Uiteindelijk heeft mijn toenmalige vriend de doorslag gegeven in mijn keuze. Alleen voor mezelf had ik het wilde houden, maar ik wilde het mijn kind niet aandoen om in zo’n situatie op aarde te komen. Hij of zij kon er niets aan doen dat zijn vader zo naar deed. Je ouders vormen zo’n groot deel van je identiteit. Ik heb zelf altijd een moeilijke relatie gehad met mijn vader. En mijn vader is nog wel een fatsoenlijke man, maar mijn toenmalige vriend was echt onbetrouwbaar en slecht. Hij was niet toerekeningsvatbaar. Straks zou hij het kindje nog wat aandoen als het daar bijvoorbeeld in het weekend zou slapen.

 

Uiteindelijk besloot ik: ‘Nee, ik ben eigenlijk te jong. Ik heb geen diploma’s, helemaal niets en dan is er ook nog zo’n vader. Dat wil je een kind eigenlijk niet aandoen.’

 

Leeg
Ik ging weer met mijn moeder naar de abortuskliniek. Ik heb alleen maar gehuild. Voor de abortus huilde ik om de angst en de spanning, maar na de abortus voelde ik in één keer dat mijn buik leeg was. Dat vond ik heel overweldigend; ik voelde me echt leeg en kaal. Ik ben naar de wc gelopen en ben daar op mijn knieën gevallen. Ik ben niet gelovig, maar toen heb ik een soort van tegen God en mijn kindje gepraat: ‘Het spijt me heel erg. Ik denk echt dat dit het beste is. En ik hoop dat je ergens een goed plekje vindt. Waar dat dan ook is. Dit is het beste dat ik voor jou kan doen.’

Mijn toenmalige vriend gaf op het moment dat ik in de kliniek was een feestje, omdat hij blij was met de abortus.

 

Hoogte- en dieptepunten
De periode na de abortus was ik depressief. Ik stond op om te werken, zette mijn happy face op en deed of het allemaal oké was. Ik werkte met kinderen dus het mijn werk was erg confronterend. Zodra ik thuis kwam uit mijn werk lag ik op de bank.

De maanden na de abortus hebben hoogte- en dieptepunten gekend. Sommige dagen kon ik echt niet opstaan. Dan was ik heel verdrietig en boos. En op sommige dagen wilde ik juist opstaan en dingen doen. Juist de abortus gaf me de drive om iets van mijn leven te maken. Nu wíl ik slagen, een baan vinden en een huisje. Nu wil ik iets maken van mijzelf en mijn leven, zodat het niet voor niets is geweest. Want ik wil juist aan mijn kindje laten zien: ‘Ik heb dit voor jou allemaal gedaan.’

 

Hulp
Ik kon met niemand over de abortus praten en ik voelde me heel alleen. Na bijna een jaar ben ik naar de huisarts gegaan en gezegd: ‘Het gaat gewoon niet goed. Ik wil er met iemand over praten.’ Via de praktijkondersteuner kwam ik bij Siriz terecht. Toen kwam er een maatschappelijk werker bij mij thuis praten. En dat was zo fijn! Na een jaar kon ik de gesprekken verlengen, omdat het nog niet helemaal goed ging.  Ik heb nog steeds hulp van Siriz.

 

Het helpt me om over de abortus te praten met iemand die echt luistert zonder je te veroordelen. Het is moeilijk om er met anderen over te praten, want in de ‘normale wereld’ hebben mensen zoveel oordelen. Je weet nooit hoe ze naar je gaan kijken als je je verhaal vertelt. Vrienden van mijn eigen leeftijd waar ik het wel aan vertel kunnen zich het heel moeilijk indenken. En dat begrijp ik ook.

 

Veranderd
Alles wat er gebeurd is heeft me heel erg veranderd. Toen ik zwanger was heb ik gekeken naar mijn hele leven en wat ik zou moeten veranderen als er een kind zou komen. En ik dacht: ‘Als ik dit allemaal zou moeten veranderen voor mijn kind dan moet ik het eigenlijk veranderen voor mijzelf.’ En dat heb ik gedaan.

 

Inmiddels is het twee jaar geleden. Ik denk er nog steeds wel veel aan, maar op een betere manier. Ik kan er nu meer ruimte aan geven. Ik ben heel erg dankbaar voor wat ik nu allemaal heb. Ik ben afgestudeerd, heb een baan, een appartement voor mezelf en een hele leuke, lieve vriend. Op die momenten denk ik: ‘Het is goed geweest dat deze keuze zo gemaakt is: voor het kindje en voor mijzelf ook.’

 

De naam Femke is vanwege privacyredenen gefingeerd.