Emily had veel moeite met het verwerken van een abortus

“Het voelde alsof de aarde onder mijn voeten wegzakte. Ik was 20 jaar, studeerde en had net een relatie. Ik slikte de pil, maar mijn menstruatie bleef uit. En dat terwijl ik daar altijd de klok op gelijk kon zetten. Ik deed een zwangerschapstest, die was positief. Eigenlijk wilde ik de zwangerschap geheimhouden, maar ik was zo overstuur dat ik het mijn moeder vertelde. Ik was in paniek.

 

Mijn moeder was blij met het nieuws totdat ze merkte dat ik twijfelde over de zwangerschap. Mijn vriend schrok enorm, van hem kreeg ik geen steun. Het was een enorm moeilijke tijd. Mijn moeder en stiefvader wilden dat ik de zwangerschap uitdroeg. Mijn vader ook. Iedereen die ik sprak had een mening over wat ik moest doen. Niemand luisterde op dat moment naar wat ík voelde en wilde.

 

Hartje
Ik nam contact op met de huisarts. Hij vertelde dat ik drie keuzes had: de zwangerschap uitdragen en het kind zelf opvoeden, het afstaan ter adoptie of abortus. Ook benoemde hij de voor- en nadelen van alle keuzes. Ik koos voor abortus. Ik dacht dat ik daarmee van het probleem af zou zijn. Ik wilde het liefst een abortus doen voordat het hartje van de baby zou gaan kloppen. Als ik het hartje zou voelen, zou ik een abortus namelijk heel moeilijk vinden.

 

De emotionele verwerking van de abortus was zwaar. Het ging niet goed met mij. Twee weken na de abortus startte ik voor mijn studie met colleges over de ontwikkeling van een baby in de buik. Ik voelde me eenzaam en verlaten en belandde in een depressie. Ik ging niet meer naar college en kwam op een gegeven moment niet meer uit bed. Na een half jaar zocht ik hulp bij Siriz. Ik surfte op het internet en chatte met een maatschappelijk werker van Siriz. Die gaf aan dat ik meer hulp nodig had. Dat wilde ik graag; we maakten een afspraak.

 

Gesprekken

Tijdens deze gesprekken spraken we over wat mij het meest triggerde om aan de abortus te denken. Ook gingen we in op de moeite die ik had met het feit dat anderen voor mij wilden beslissen over de zwangerschap en het eenzame gevoel dat ik had, omdat ik geen steun had gekregen van mijn omgeving. We bespraken hoe ik de abortus een plekje kon geven. Ik maakte een geboortekaartje en een schilderij dat ik ophing in huis. Dat hielp mij, maar ook mijn ouders en stiefvader verder. Na verloop van tijd werd de frequentie van de gesprekken met Siriz minder.

 

Langzaam maar zeker werd de  abortus ook bespreekbaar met mijn ouders en vriend. Ook konden we praten over al mijn gevoelens in die periode, zoals het gemis aan steun. Erover praten leidde tot meer begrip voor elkaar. In het begin stond de abortus echt tussen mij en mijn omgeving in, maar langzaam herstelden de relaties. Daar is wel veel tijd overheen gegaan.”