Infographics abortuscijfers 2016

In 2016 werden in Nederland 30.144 abortussen uitgevoerd; 659 minder dan in 2015. Dat blijkt uit het laatste rapport van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd over de Wet afbreking zwangerschap. Op deze pagina vindt u een aantal cijfers en trends uit het rapport.

 

Aantal zwangerschapsafbrekingen

Sinds 2000 is er een dalende lijn in het aantal abortussen in Nederland. In 2015 werd deze trend doorbroken, maar de daling heeft zich in 2016 verder voortgezet. Sinds 2002 daalt het aantal zwangerschapsafbrekingen bij tieners; dit was ook in 2016 het geval (138 minder dan in 2015).

 

Infographic aantal zwangerschapsafbrekingen

 

 

Zwangerschapsafbrekingen naar provincie

Uit Drenthe, Zeeland en Friesland waren de minste vrouwen afkomstig. Evenals in vorige jaren woonden de meeste behandelde vrouwen in Zuid- en Noord-Holland. Relatief gezien waren de meeste zwangerschapsafbrekingen bij vrouwen die in Flevoland (abortuscijfer is 12,3) en Zuid-Holland (abortuscijfer is 11,2) woonden. Het abortuscijfer is het laagste in Drenthe en Friesland (respectievelijk 4,4 en 5,6).

 

Infographic percentage zwangerschapsafbrekingen naar provincie

 

 

Abortus na prenatale diagnostiek en tijdstip van afbreking

Ruim de helft van de zwangerschapsafbrekingen vond plaats in de eerste zeven weken van de zwangerschap. Achttien procent (5.538) vond plaats bij meer dan 12 weken zwangerschap (tweede trimesterabortus). Bij 4,6 procent van de zwangerschapsafbrekingen vormden de resultaten van prenatale diagnostiek een reden voor het besluit van de vrouw.

 

Infographic tijdstip van zwangerschapsafbreking

 

 

Leeftijd ten tijde van abortus

Het aantal zwangerschapsafbrekingen bij tieners was 2.941. In 65 gevallen betrof het een meisje onder de 15 jaar. De meeste zwangerschapsafbrekingen vonden plaats bij vrouwen in de leeftijdscategorie 25 tot 30 jaar. Absoluut en relatief gezien waren de meeste zwangerschapsafbrekingen bij vrouwen in de leeftijdscategorie 25 tot 30 jaar.

 

Infographic leeftijd ten tijde van zwangerschapsafbrekingen

 

 

Herhaling van abortus en verwijzing naar de kliniek

Ruim een derde van de behandelde vrouwen had al minstens een keer eerder een zwangerschapsafbreking ondergaan.

Vrouwen kunnen met hun abortusverzoek rechtstreeks naar de kliniek gaan of zich laten verwijzen. De meeste vrouwen worden door de huisarts naar de abortuskliniek verwezen (57 procent). Bijna een derde (29 procent) van de vrouwen ging zonder verwijzing rechtstreeks naar de abortuskliniek; de overigen werden op een andere manier verwezen. Dit is vergelijkbaar met voorgaande jaren.

 

Infographic herhaling van zwangerschapsafbrekingen en verwijzing naar de abortuskliniek

 

 

Consult, locatie en nacontrole

Bij de afbrekingen in de ziekenhuizen werden relatief veel vaker dan in de abortusklinieken deskundigen geconsulteerd. In 2016 werd meestal een maatschappelijk werker benaderd voor een consult. Daarnaast werden consulten gevoerd bij een klinisch genetisch centrum, een perinatologisch centrum en andere deskundigen.

Ruim 91 procent van de behandelingen werden in abortusklinieken uitgevoerd en een klein deel in ziekenhuizen. Het aandeel van ziekenhuizen in de zwangerschapsafbrekingen vertoonde de laatste jaren een licht stijgende trend (tot 9,3 procent in 2015). Deze trend wordt in 2016 doorbroken (8,6 procent).

Na de abortus wordt met de vrouw een afspraak gemaakt voor een medische nacontrole. De meeste vrouwen gingen hiervoor naar de behandelaar: bij een behandeling in de abortuskliniek koos de helft van de vrouwen voor een nacontrole in de kliniek; bij een behandeling in een ziekenhuis koos 85 procent voor een nacontrole in het ziekenhuis.

 

Infographic consultatie, behandelingslocatie en nacontrole bij abortus

 

 

Nazorg: anticonceptie voorschrijven en verwijzing naar huisarts

Ongeveer driekwart (72,2 procent) van de vrouwen kreeg bij nacontrole in de abortuskliniek of het ziekenhuis een anticonceptieadvies  en 21 procent kreeg een verwijzing naar de huisarts. In de klinieken werd vaker anticonceptie voorgeschreven.

 

Behandelswijze

In 2016 werd van alle zwangerschapsafbrekingen 24 procent medicamenteus uitgevoerd. Negen procent was instrumenteel en 67 procent was een combinatie van beide (medicamenteuze voorbehandeling, ‘priming’ en daarna een instrumentele behandeling).  Er is een sterke stijging van de gecombineerde behandelingen in de abortusklinieken. In 2014 was 18 procent van de behandelingen een combinatie van medicatie en instrument, in 2015 was dit gestegen tot 39 procent en in 2016 tot 73 procent. Het aantal medicamenteuze zwangerschapsafbrekingen in abortusklinieken is toegenomen, met name bij de overtijdbehandeling (vroege zwangerschapsafbreking) die in 46 procent medicamenteus was (‘abortuspil’). Dit reflecteert een wijziging in de richtlijn van abortusartsen in 2015, met de aanbeveling vanaf 9 weken zwangerschapsduur altijd priming te geven en bij de overige instrumentele behandelingen dit te overwegen.

 

Infographic nacontrole en behandelswijze